|
Loading... Zoete monddoor Thomas Rosenboom
Ik heb echt m'n best gedaan en het lang geprobeerd, maar uiteindelijk dit boek toch terzijde gelegd, als niet om doorheen te komen. Het is wel mooi verwoord allemaal, met prachtige zinnen, maar de hoofdpersonen gingen me steeds meer tegenstaan (onsymphieke karakters). Ze kwam voor mij ook niet echt tot leven. Het zal best Literatuur met een grote L zijn, maar aan mij niet zo besteed blijkbaar. Ik zou niet zo gauw weer een boek van Rosenboom ter hand nemen 26-12-09: De eerste 150 blz. gelezen. Na een prachtige inleiding (de vangst en de ontsnapping van "de grote vis" kennis gemaakt met beide hoofdfiguren. Die willen vooralsnog niet levend worden en met name Rebert blijft totnutoe bloedeloos en onbegrijpelijk. Ik ben niet vies van plechtig taalgebruik, maar soms is het té. Het is vaak ook heel mooi. Citaat (storm op zee:) "Overal liepen er nu witte schuimstrepen over het zwarte water, de ene golf leek wel op de opbollende spier van een enorme, doorregen riblap, en een andere, die oversloeg en op het dek vergruizelde, van marmer". 03-01-10: Ben gevorderd tot blz. 300 en het is geen goed teken dat ik geregeld kijk hoeveel ik nog 'moet'. Het is echt een klus. Zo anders dan "Publieke Werken"dat ik in een soort koorts las (en daarna opnieuw, maar rustig). Dierenarts Rebert blijft me vreemd (behalve in zijn verdriet) en de 2e hoofdfiguur is pathetisch; in het echt zou ook ik voor hem op de loop gaan en ik wil hem niet eens op papier ontmoeten. Wel blijven er prachtige zinnen komen op bijna elke bladzijde en worden situaties en gedachten meesterlijk verwoord. 07-01-10: Gevorderd tot blz. 467 en dat is vanaf blz. 441 deel II. Wat een verademing dat we even weg zijn van die rare Rebert en Jan de Loper en terug bij de grote witte vis die, na zijn redding door de storm (als beschreven in de mooie Proloog van dit boek) de Rijn stroomopwaarts is ingezwommen en in de haven van Duisburg 'lekker' weet te ontkomen aan de netten van de vangers. Jammer genoeg komen we al heel snel weer terug in Angelen waar de controverse tussen de excentrieke landhuisbewoner en de eigenaardige ongelukkige dierenarts tot een climax gaat leiden (vermoed ik). Ik ben blij dat het werk er bijna op zit; idiote opmerking natuurlijk. Net als de opmerking dat ik het omslag zo mooi vind, vooral de uitdrukking van het hondensnoetje. 08-01-10: De climax is een anticlimax: mij is niet duidelijk geworden waarom Rebert zich gedwongen voelt tot een groot zoenoffer aan Jan de Loper. Ter nagedachtenis aan Tine en Laura? Of is het simpel wanhoop en verlatenheid die hem tot zijn 'vijand' brengen. Ik ga pas nu échte recensies lezen van vakreferenten, al hoop ik toch ook op reacties van andere Library Thingerds die me zouden kunnen helpen dit werk te doorgronden en leren te waarderen. |
|
Het zal best Literatuur met een grote L zijn, maar aan mij niet zo besteed blijkbaar. Ik zou niet zo gauw weer een boek van Rosenboom ter hand nemen