Afbeelding van de auteur.
34+ Werken 37,545 Leden 1,022 Besprekingen Favoriet van 108 leden

Over de Auteur

Michael Pollan is a contributing writer for "The New York Times Magazine" as well as a contributing editor at "Harper's" magazine. He is the author of two prize-winning books: "Second Nature: A Gardener's Education" and "A Place of My Own: The Education of an Amateur Builder." Pollan lives in toon meer Connecticut with his wife and son. (Publisher Provided) Michael Pollan was born in 1955 and raised on Long Island, NY. He received his B.A. in English from Bennington College in 1977 and his Masters, also in English, from Columbia University, in 1981. He is the author of Cooked: A Natural History of Transformation, as well as 5 New York Times bestselling books: Food Rules: An Eater's Manual, In Defense of Food: An Eater's Manifesto, The Omnivore's Dilemma: A Natural History of Four Meals. The Botany of Desire: A Plant's-Eye View of the World and Ho wto Change Your Mind: What the New Science of Psychedelics Teaches Us about Consciousness, Dying, Addiction, Depression, and Transcendence. (Bowker Author Biography) toon minder
Fotografie: michaelpollan.com

Werken van Michael Pollan

Echt eten, een handleiding (2009) — Auteur — 2,939 exemplaren
Mijn tweede natuur (1991) 1,557 exemplaren
This Is Your Mind on Plants (2021) 665 exemplaren
Food, Inc 19 exemplaren

Gerelateerde werken

Salt, Fat, Acid, Heat: Mastering the Elements of Good Cooking (2017) — Voorwoord, sommige edities2,401 exemplaren
The New Kings of Nonfiction (2007) — Medewerker — 736 exemplaren
American Earth: Environmental Writing Since Thoreau (2008) — Medewerker — 413 exemplaren
Bringing It to the Table: On Farming and Food (2009) — Introductie — 409 exemplaren
The Best American Essays 2003 (2003) — Medewerker — 313 exemplaren
Briljant groen : de intelligentie van planten (2013) — Voorwoord, sommige edities197 exemplaren
De tuin die wij maakten (2002) — Introductie, sommige edities164 exemplaren
Twelve Recipes (2014) — Voorwoord — 161 exemplaren
This Is My Best: Great Writers Share Their Favorite Work (2004) — Medewerker — 159 exemplaren
The Best American Science Writing 2004 (2004) — Medewerker — 152 exemplaren
The Best American Essays 1990 (1990) — Medewerker — 117 exemplaren
The Best American Nonrequired Reading 2016 (2016) — Medewerker — 108 exemplaren
Best Food Writing 2006 (2006) — Medewerker — 99 exemplaren
Best Food Writing 2008 (2008) — Medewerker — 83 exemplaren
Food, Inc. [2008 film] (2008) — Verteller — 79 exemplaren
Best Food Writing 2003 (2003) — Medewerker — 67 exemplaren
Letters to a Young Farmer: On Food, Farming, and Our Future (2017) — Medewerker — 58 exemplaren
Best Food Writing 2013 (2013) — Medewerker — 51 exemplaren
Summer: A Spiritual Biography of the Season (2005) — Medewerker — 37 exemplaren
The Gardener's Bedside Reader (2008) — Medewerker — 21 exemplaren
Constructing Nature: Readings from the American Experience (1996) — Medewerker — 17 exemplaren
Voices of the Land (2004) — Voorwoord — 16 exemplaren
Fed Up [2014 film] (2015) — Medewerker — 14 exemplaren
Penguin Green Ideas Collection (2021) — Medewerker — 10 exemplaren
Old Growth: The Best Writing about Trees from Orion Magazine (2021) — Medewerker — 7 exemplaren
In Defense of Food: An Eater's Manifesto [videorecording] (2016) — Original book — 4 exemplaren

Tagged

Biologie (243) Bloemlezing (145) Boerenbedrijf (244) Cultuur (196) dieet (357) Duurzaamheid (367) E-boek (208) Ecologie (242) essays (394) Eten (244) eten en drinken (118) food habits (137) food writing (193) gelezen (362) Geschiedenis (438) Gezondheid (915) Goodreads (138) in bezit (161) Kindle (225) koken (588) Kookboek (236) Landbouw (637) Luisterboek (167) Memoires (151) milieu (454) Natuur (382) Natuurlijke historie (166) Non-fictie (4,105) ongelezen (172) Organisch (155) planten (292) Plantkunde (430) Politiek (140) Psychologie (138) Sociologie (135) te lezen (2,772) Tuinieren (434) Voedingsleer (900) Voedsel (3,963) Wetenschap (913)

Algemene kennis

Leden

Besprekingen

Het boek heeft 3 hoofdstukken:

1. Het tijdperk van het nutritionisme
2. Het westerse voedingspatroon en de beschavingsziekten
3. Het nutritionisme de baas worden

1. Het tijdperk van het nutritionisme

Het tijdperk van het nutritionisme gaat over de aanpak in de V.S. om één bepaalde chemische stof in een voedingsproduct aan te wijzen als de oorzaak van chronische ziekten waaraan mensen kunnen sterven o.a. hart- en vaatziekten; diabetes; beroerten en bepaalde soorten kanker. Het nutritionisme gaat ervan uit dat als er maar één stof gevaarlijk is, en een voedingsproduct het niet bevat, dat veilig zou zijn.

Pollan verwijst naar de marketing van de voeding- en drankenindustrie in de V.S., die al sinds 1945 grote budgetten besteedde (vb. 32 miljard $ in 2007) aan reclame om haar winsten te maximaliseren. En vermits de meningen doorheen de tijd veranderden over welke chemische stoffen gevaarlijk zijn, moest de reclame geregeld aangepast worden.

Tussen het einde van WO II en 1976 nam de consumptie per persoon per dag af, van dierlijke vetten uit alle bronnen van 84 naar 71 pond/jaar, terwijl die van vetten uit zaadolie bijna verdubbelde. De Amerikanen leken zich “verstandiger” te voeden, maar kregen toch meer hartaanvallen: 217 000 in 1945 en 500 0000 in 1960

Pollan vermeldt een belangrijke reden waarom het in de V.S. de richting van het nutritionisme is uitgegaan. De senaatscommissie “Voeding en menselijke behoeften” onder het voorzitterschap van senator George McGovern, had in de jaren 70 de opdracht om ongezonde voeding uit te bannen. Ze vatte haar hoorzittingen samen in “Dietary Goods for the United States”. Na WO II waren hart- en vaatziekten in de V.S. enorm gestegen, terwijl bepaalde andere culturen van wie het traditioneel voedingspatroon voornamelijk uit planten bestond, en dat niet hadden gewijzigd, opvallend weinig van die ziekten hadden.
Tijdens de wereldoorlog waren vlees- en melkproducten in de VS gerantsoeneerd, en was het aantal hartaandoeningen in de V.S. scherp gedaald. Na de oorlog waren ze opnieuw sterk toegenomen. De commissie riep op om de “consumptie van rood vlees en zuivelproducten te beperken”. De vlees- en de zuivelindustrie bekritiseerde die oproep heel sterk. Ze dwongen McGovern om de aanbeveling te herschrijven als: “Kies vlees-, gevogelte- en vissoorten die uw consumptie van verzadigd vet verminderen.”Er werd niet verwezen naar “voedsel” maar naar “voedingsstoffen”.

De vleeslobby slaagde erin de herverkiezing van McGovern te verhinderen bij de eerstvolgende senaatverkiezingen in 1980. Sinds toen werden de voedingsrichtlijnen van de overheid niet meer geschreven in taal die iedereen begreep: het ging niet meer over “natuurlijke voedingsmiddelen” maar over “voedingsstoffen”. Weinig Amerikanen begrepen het verschil, behalve de producenten van sucrose die in Washington een actieve suikerlobby hadden.

Pollan legt de verschillen uit tussen nutritionisme en voedingsleer. Nutritionisme is geen wetenschap, maar een ideologie die hypothesen aanneemt die niet afdoend wetenschappelijk onderzocht waren, zoals “voedsel is de som van zijn voedingsbestanddelen”. En die stelt dat voedsel in de eerste plaats nodig is om het lichaam gezond te houden, en dat daarom elke voedingsstof moet worden ingedeeld in “gezond” of “ongezond”. Het nutritionisme rechtvaardigt het industrieel bewerken van voedsel met de suggestie dat door een “verstandige” toepassing (toevoegen van gezonde voedingsstoffen) overbewerkt voedsel nog voedzamer kan gemaakt worden dan echt voedsel.

De kritiek van moleculair biologe en voedingsdeskundige Marion Nestle van New York University op de voedingswetenschap (https://en.wikipedia.org/wiki/Marion_Nestle ) is dat die meestal de invloed van één enkele voedingsstof bestudeerd buiten de context van het voedsel waarin die zou kunnen voorkomen; het voedsel uit de context van het voedingspatroon; en het voedingspatroon uit de context van de levensstijl.

De methodes die gebruikt worden om de invloed van een voedingspatroon op de gezondheid te bestuderen zijn in oplopende orde van betrouwbaarheid:
1. een gevallen – controle studie
2. een cohort studie
3. een interventie – experiment

De goudstandaard in voedingsonderzoek is een interventiestudie op grote schaal.
Het Womens Health Initiative is de grootste en de meest bekende interventiestudie In de V.S. .
De populatie werd in twee even grote groepen verdeeld. De “interventie” groep veranderde zijn voedingspatroon op de voorgeschreven manier, en de “controle” groep werd verondersteld te blijven eten zoals ze dat al deden.
Beide groepen werden jarenlang opgevolgd om erachter te komen of hun voedingspatroon samenhangt met een aantal chronische ziekten.
De Womens Health Initiative onderzocht gedurende 8 jaar in totaal 49.000 vrouwen tussen 50 en 75 jaar oud, om de invloed te achterhalen van hun dieet op borstkanker; dikke – en endeldarmkanker; en hart- en vaatziekten.
40 % ( 2 van de 5 deelgroepen) van de vrouwen moest hun consumptie van vetten verminderen tot 20 % van hun totale calorieën/dag.

The New York Times maakte de resultaten bekend onder de titel: “ Studie wijst uit: vetarm dieet vermindert risico op hartziekte niet!”

De studie had een aantal onvolkomenheden: men bestudeerde het vet in de voeding van de proefpersonen, maar hield geen rekening met het soort voedsel dat ze aten vb. vlees of zuivel.
Daardoor konden de deelnemers overschakelen naar producten met minder dierlijk vet. Er werd ook geen onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten vet.
Vb. olijfolie of visolie hebben niet hetzelfde effect als vet uit magere platte kaas, kipfilet of margarine.
Volgens validatie studies achteraf, aten 20 tot 33 % van de deelnemers meer dan ze op hun vragenlijst hadden ingevuld.

Besluit: dertig jaar nutritionistisch advies [ van 1978 tot 2012], heeft de V.S. burger gemiddeld dikker en zieker gemaakt, en slechter gevoed.

2. Het westerse voedingspatroon en beschavingsziekten

In de zomer van 1982 startte Kerin O’Dea een geniaal experiment in de bush in Australië, niet ver van Derby.
Een tiental Aboriginals van middelbare leeftijd, die leefden in blanke steden in Australië, en overgewicht en diabetes type 2 hadden, gingen voor het onderzoek naar een Aboriginal nederzetting.
Kon een korte tijd leven naar hun traditionele gewoonten, hen genezen van die Westerse beschavingsziekten?
Door alleen de rol van het voedingspatroon te bestuderen, vermeed O’Dea discussies rond tegenstrijdige theorieën over specifieke voedingsmiddelen.
De grote hoeveelheid geraffineerde koolhydraten die ze in de stad aten, werden daar 7 weken lang vervangen door eten en drinken (water) dat ze zelf in de bush gejaagd of verzameld hadden.
De evolutie van hun gezondheid werd gemeten aan de hand van lichaamsgewicht, bloeddruk, en bloedstalen voor analyse van triglyceriden en andere parameters.
Na 7 weken in de bush, was hun diabetes sterk verminderd of volledig weg.

Ook op andere plaatsen en in andere culturen werd begin 20e eeuw vastgesteld dat - wanneer de lokale bevolking Westers begon te leven en te eten -
ze de Westerse beschavingsziekten snel en meestal in een hevige vorm kregen.

Omgekeerd viel het een aantal Westerse medici op, dat Westerse beschavingsziekten niet voorkwamen bij de lokale bevolking in overzeese gebieden: Albert Schweizer en Denis P. Burkit in Afrika;
Robert McCarrison in Indië; Samuel Hutton bij eskimo’s in Labrador; antropoloog Aleš Hrdlička bij de indianen in Amerika; tandarts Weston A. Price bij indianen in Peru,
Aboriginals in Australië en Zwitsers die in moeilijk toegankelijk bergland woonden.
Zij kwamen daar weinig of geen hartziekten tegen, geen diabetes, kankers, overgewicht, hoge bloeddruk, beroerten, ontstoken blinde darm, tandbederf, spataderen, aambeien of maagzweren.
Pas wanneer de inboorlingen als blanken begonnen te leven en geraffineerd tarwemeel (wit brood), en suiker en andere soorten “voedsel dat lang kon bewaard worden” aten,
kregen ze “Westerse” ziekten in de volgorde: obesitas > diabetes type 2 > hoge bloeddruk , beroerten en hartziekten.

De tandarts Weston Price meende dat mensen die enkel vlees van wilde dieren aten, in het algemeen gezonder waren dan akkerbouwers,
die vooral granen en ander plantaardig voedsel aten. Hij zag ook ecologische verbanden tussen voeding en gezondheid.
De kwaliteit van het eten wordt bepaald door de bodem waarop het gekweekt wordt en de stoffen en organismen die erin zitten, en een optimale hoeveelheid zonne-energie.

De industriële voedingsindustrie verbrak de directe band tussen het voedsel dat de lokale bevolking at en de lokale bodem waarop het gekweekt werd.
De kritiek op het verbreken van die band verstomde tijdens WO II, omdat veel mensen de oorlog moesten overleven op industrieel voedsel.
Na WO II schakelden fabrieken - die tijdens de oorlog buskruit hadden gemaakt - om naar kunstmest, en producenten van zenuwgas, naar pesticiden.
Zo begon in de V.S. de industrialisering van de landbouw.
Pas bij de opkomst van de biologische landbouw aan het einde van de jaren 60, werden er vragen gesteld bij de industriële voedselketen.

Onze gezondheid hangt af van de “gezondheid” van het voedselweb waarvan we deel uitmaken.
Met onze reuk, onze smaak en ons zicht leren we herkennen of een voedingsmiddel “rijp” is om opgegeten te worden.
Rijp fruit geurt en smaakt anders dan bijna rijp, of bijna rot. In het Westerse voedingspatroon bedriegen kunstmatige aroma’s, synthetische zoetstoffen en kleuren onze zintuigen.
Het Westerse patroon ontstond pas 150 jaar geleden, na een aantal abrupte veranderingen in onze voeding en in onze relatie met eten.

Granen zijn geraffineerde voedingsmiddelen geworden, die hoofdzakelijk koolhydraten bevatten.
Ze werden langer houdbaar nadat in 1870 de kiem van het graan verwijderd werd door te malen met metalen walsen i.p.v. met molenstenen.
De vluchtige olie uit de kiem wordt ranzig wanneer die door zuurstof uit de lucht wordt geoxideerd. Het meel krijgt dan een grauwe kleur.
Zonder kiem blijft het meel wit. Zo konden maalderijen groter en efficiënter worden.
Stoommachines dreven de walsen aan, het meel kon langer opgeslagen en verder vervoerd worden.

Witte rijst en maïsmeel werden rond dezelfde tijd ontwikkeld. Toen de kiem ervan bij het malen verwijderd werd, bleek witte rijst beriberi en maïsmeel pellagra epidemieën te veroorzaken
bij arme mensen die bijna uitsluitend rijst of maïsmeel aten. De reden was een tekort of het volledig ontbreken van vitamine B1 resp. B3 in hun voeding.
De oorzaak werd pas in 1930 gevonden, waarna er na het malen terug vitamine B1 resp. B3 toegevoegd werd.

Voedingswetenschappers weten al jaren dat voeding met volkoren meel het risico op diabetes, hartziekten en darmkanker verkleint.

Duizenden variëteiten van planten en dieren verdwenen in de afgelopen eeuw uit de handel omdat industriële landbouw zich concentreert
op een beperkt aantal plantenvariëteiten met een hoge opbrengst (vaak gepatenteerd), die machinaal geoogst en bewerkt kunnen worden.
Die werden in alsmaar grotere monoculturen gekweekt met als belangrijkste maïs en soja.
Maïs zet zonlicht en kunstmest vooral om in koolhydraten, en soja in vet en eiwit.
Beiden werden en worden in de V.S. ook gesubsidieerd door de overheid.

Tegenwoordig komt de helft van de kunstmatige zoetmiddelen uit maïs, en drie kwart van de plantaardige oliën in onze voeding uit soja.
Een groot deel ervan wordt gebruikt in voer voor voedseldieren, de rest komt bijna uitsluitend in industrieel bewerkt voedsel voor de mens terecht.
Het bedrijfsmodel van de voedingsindustrie werd “toevoegen van waarde” aan goedkope grondstoffen
en ze samenvoegen in een eindeloze reeks verpakte, industrieel bewerkte voedingsproducten.

In 2003 verscheen “Nutrients, Foods and Dietary Patterns as Exposures in Research.
A Framework for Food Synergy/ David R. Jacobs & Lyn Steffens / American Journal of Clinical Nutrition/ 2003, 78 (suppl.) 5085 -135.
De auteurs stellen daarin dat verschillende granen en hun onderdelen synergetisch werken:
een natuurlijk voedingsmiddel dat meer is dan de som van zijn voedingsstoffen.
Dat idee werd door de voedselindustrie niet op gejuich onthaald.
Er wordt meer verdiend met het bewerken van voedsel dan door het voedsel in zijn geheel te verkopen.

3. Het nutritionisme de baas worden

De theorieën over de oorzaken van de ziekten van het Westerse voedingspatroon zijn meestal werkhypothesen die nog bewezen moeten worden.
Over de gevolgen is men het eens: wie eet volgens het Westerse voedingspatroon maakt meer kans op bepaalde chronische ziekten.

De theorieën komen de voedingsindustrie en de medische sector in de praktijk goed uit.
De voedingsindustrie kan er een aangepaste lijn voedingsproducten mee aanprijzen.
Voor de Pharma-industrie en de behandelende artsen betekent dat er nieuwe geneesmiddelen en aangepaste behandelingsmethoden komen,
waaraan ze meer verdienen, dan aan mensen die eten volgens een gezond niet Westers voedingspatroon.

In de voedselketen zijn alle schakels met elkaar verbonden:

- een gezonde bodem zorgt voor gezonde planten,
- die gegeten worden door gezonde grazende dieren, waarvan we het vlees eten,
- wat onze gezondheid bevordert naar lichaam en geest.

Wat volgt gaat over wat je best eet, over hoe je eet, en hoe dat voedsel wordt geproduceerd.
Goed eten vergt meer tijd, moeite en middelen, dan het snelle, goedkope en gemakkelijke eten op zijn Amerikaans.
(uit de supermarkt in de magnetron thuis, of in het Fast Food restaurant)

Kort samen gevat : “ Eet echt voedsel. Niet teveel. Vooral planten.”

Hierna volgen een aantal manieren van denken over voedsel, die bij het boodschappen doen van pas komen
om te beslissen welk voedsel je koopt, en bij het koken welke schotels je gaat klaarmaken.
Verschillende maaltijden kunnen daarvan het resultaat zijn, die allemaal “gezond” zijn.

“Eet echt voedsel”

Drie generaties geleden begonnen supermarkten in de V.S. industrieel bewerkt voedsel te verkopen.
Als je grootmoeder (moest ze nog leven) vandaag in de supermarkt iets niet als voedsel zou herkennen, zal het waarschijnlijk industrieel bewerkt voedsel zijn. Koop dat niet.

[ Eigen commentaar: Industrieel bewerkt voedsel is een andere categorie dan voedsel dat met een “natuurlijk” proces langer houdbaar is gemaakt.
Die natuurlijke methodes hebben een uitwerking die sinds honderden tot duizenden jaren bekend is,
omdat ze door voldoende grote aantallen mensen gegeten of gedronken werden. Bv. kaas of yoghurt of tofoe maken. Bier brouwen, en wijn maken doen we al lang,
maar bier in flessen werd een eeuw geleden pas gepasteuriseerd en met kroonkurken luchtdicht afgesloten om het bier lang houdbaar te maken.
En wijn in een “bag in a box” kennen we in België nog maar sinds een jaar of dertig. Daarin blijft wijn goed tot 4 weken na het openen,
in een klassieke glazen wijnfles maar 1 tot 2 dagen na het ontkurken. Maar een "bag in a box" is niet geschikt om wijn nog jaren in te laten rijpen.

bv. We weten dat een beetje alcohol drinken de tongen losser maakt, wat sociaal geapprecieerd wordt.
Veel alcohol drinken maakt iemand een melancholische huilebalk, of een grapjas, of een gevaarlijke ruziemaker, of iemand die direct in slaap valt en zijn roes uitslaapt.
En dat brandalcohol (Methanol) levensgevaarlijk is. Drinkalcohol (Ethanol) is een grootte orde minder gevaarlijk, maar kan leiden tot delirium tremens.

Voedsel waarvan de producent wil verdoezelen dat hij goedkopere, minderwaardige stoffen gebruikt heeft met minder of een slechtere smaak, geur, en kleur dan het origineel,
gebruikt kunstmatige smaak-, kleur- en geurstoffen om dat te verdoezelen. Ik verwacht niet dat ze daardoor beter en even gezond worden dan het origineel.
En zeker niet als er stoffen inzitten om de "houdbaarheid" te verlengen.]

“Koop op een boerenmarkt waar voedsel uit de naaste omtrek verkocht wordt, of bij de producent, geoogst vlak voor het “rijp” is”.
Een kleine gediversifieerde boerderij kan gemakkelijker zonder pesticiden kweken, dan grote monoculturen: die kunnen niet zonder.
Direct contact op de boerenmarkt tussen consument en producent, over het hoe en waarom van de kweek,
zorgt ervoor dat de boer weet wat de koper wenst, die het zelf zal klaarmaken en opeten.
Het geeft de boer de kans om de voordelen van zijn producten in vergelijking met die van monoculturen uit te leggen.
Zodra je dat doet, wordt productverantwoordelijkheid een dagelijkse kwestie in een menselijke relatie, in plaats van regelgeving, etikettering of juridische aansprakelijkheid.

“Eet veel planten, bij voorkeur bladeren.”

Groene planten maken anti-oxidanten aan om de zuurstof die tijdens de fotosynthese vrijkomt in hun bladeren te binden.
Vitamine C en ascorbinezuur zijn anti-oxidanten die bij de mens vrije radicalen binden die vrij komen bij celdeling,
en die de lever enzymen laten maken die dat ook doen.
Mensen die veel bladgroenten en rijp fruit eten hebben daardoor minder last van kankers.

Een ander voordeel is dat er minder calorieën in het blad dan in de zaden van planten zitten.
Wanneer plantenzaden verder worden “geraffineerd” en zonder de bladeren worden opgegeten leidt dat op termijn tot gezondheidsproblemen.

Voedseldieren die in de wei grazen, hebben gezondere lichaamsvetten ( meer Ω 3 vetten en linolzuur, en minder Ω 6 en verzadigde vetten)
in hun vlees en hun melk of hun eieren (kippen en eenden).

Om terug te komen op de omnivoor mens: eet vers en gevarieerd. Hoe groter de diversiteit van wat je eet,
hoe groter de kans dat je alle bestanddelen van een gezonde voeding binnen gekregen hebt.
En vers is belangrijk. Diepvriezen enkele uren na het oogsten is bijna even goed als vers.

Ga niet op zoek naar de “unieke” succesfactor in traditionele diëten.
Een dieet is meer dan de som van de delen, de ingrediënten die erin voorkomen.
Het verwijderen van één bepaalde voedingsstof [vb. gluten] vernietigt de merites van het dieet niet.

Hoe een cultuur eet, kan even belangrijk zijn voor de gezondheid als wat die cultuur eet.
Fransen eten ook verzadigde vetten en drinken graag een passende wijn bij het eten.
Wat sommigen niet zien is dat ze heel anders met eten omgaan. Ze eten zelden snacks tussendoor,
en ze eten graag liefst samen met anderen (familie en vrienden). Ze besteden veel tijd aan dat samen eten en praten.
Ze eten kleine porties en scheppen niet nog eens op. Waardoor ze gemiddeld minder calorieën eten dan Amerikanen.
Ze vinden de kwaliteit van het eten belangrijk en willen daar meer voor betalen.

Eigen commentaar

1. Het gehalte aan bona fide wetenschap t.o.v. stemmingmakerij bij de gebruiker / kiezer/ en bij het lobbyen bij de overheid moet goed nagetrokken worden :
de wens is meestal de vader van de gedachte.
2. Moleculair clonen en genetisch manipuleren van planten (v.b. Round-Up Ready planten) gebeurt al sinds 1986-87
o.a. door het Gentse Plant Engineering Systems van prof. dr. Marc van Montagu en prof. dr. Jozef (Jeff) Schell van de U-Gent.
Schell was voormalig directeur aan het Max-Planck-Instituut (Keulen). GPS werd in 2002 over genomen door Bayer CropScience.
Het schaap Dolly werd in 1996 gecloond in het Roslin Institute in Schotland.
In 2003 was 85% van het menselijk genoom bekend. In 2023 bijna 100 % van zowel het X chromosoom en het Y chromosoom.
Een hedendaags voorbeeld van iemand die de microbiële ecologie een eind vooruit heeft gebracht is de boerenzoon prof. dr. ir. Willy Verstraete.
Van 1979 tot aan zijn emeritaat in 2011, was hij hoogleraar en diensthoofd van LabMet ( Laboratorium van Microbiële Ecologie en Technologie) aan de Universiteit van Gent (bio-ingenieurs).
Zijn specialisme waren processen met gemengde micro-organismen, zoals afvalwaterzuivering, afvalcompostering en bio-remediëring van bodemverontreiniging.
Veel wetenschappelijke vorderingen die verband houden met wat mensen eten en verteren, zijn recent. Sommige zelfs van na 2012, de publicatiedatum van het boek van Pollan.

3. Ik vroeg me af hoe het komt dat in de V.S. het planten van tarwe, maïs, en soja door de overheid betoelaagd werd en nog altijd wordt?
Dat blijkt al heel lang zo te zijn. Kan het te maken hebben met de hogere kosten die eigenaars van plantages in de Zuidelijke staten
- na de overwinning van de Noordelijken in 1865 en het afschaffen van de slavernij - aan hun boerenknechten moesten betalen?
En/of - in het geval van vleesproductie – omdat het de Noordelijken goed uit kwam.
Ze dachten en ondernamen meer “industrieel” dan de Zuidelijken - zoals uit de volgende twee Wikipedia artikelen blijkt.

The Meat-packing Industry

Bron: https://en.wikipedia.org/wiki/Meat-packing_industry
Before the Civil War, the meat industry was localized, with nearby farmers providing beef and hogs for local butchers to serve the local market.
Large Army contracts during the war attracted entrepreneurs with a vision for building much larger markets.

The 1865–1873 era provided five factors that nationalized the industry:

1. The rapid growth of cities provided a lucrative new market for fresh meat.
2. The emergence of large-scale ranching, the role of the railroads, refrigeration, and entrepreneurial skills.
3. Cattle ranching on a large-scale moved to the Great Plains, from Texas northward.
4. ...

In Milwaukee, Philip Armour, an ambitious entrepreneur from New York who made his fortune in Army contracts during the war,
partnered with Jacob Plankinton to build a highly efficient stockyard that serviced the upper Midwest.
Chicago built the famous Union Stockyards in 1865 on 345 swampy acres to the south of downtown.
Armour opened the Chicago plant, as did Nelson Morris, another wartime contractor.
Cincinnati and Buffalo, both with good water and rail service, also opened stockyards.
Perhaps the most energetic entrepreneur was Gustavus Franklin Swift, the Yankee who operated out of Boston
and moved to Chicago in 1875, specializing in long distance refrigerated meat shipments to eastern cities.[2]

A practical refrigerated (ice-cooled) rail car was introduced in 1881. This made it possible to ship cattle and hog carcasses,
which weighed only 40% as much as live animals;
the entire national market, served by the railroads, was opened up, as well as transatlantic markets using refrigerated ships.
Swift developed an integrated network of cattle procurement, slaughtering, meat-packing, and shipping meat to market.
Up to that time, cattle were driven great distances to railroad shipping points, causing the cattle to lose considerable weight.
Swift developed a large business, which grew in size with the entry of several competitors.[3]

Environmental impacts of animal agriculture

Bron: https://en.wikipedia.org/wiki/Environmental_impacts_of_animal_agriculture
./.. Despite the wealth of environmental consequences listed above [ land use; water use; water pollution; air pollution; ... ],
local US governments tend to support the harmful practices of the animal production industry due to its strong economic benefits.
Due to this protective legislature, it is extremely difficult for activists to regulate industry practices and diminish environmental impacts.
...
EINDE
… (meer)
 
Gemarkeerd
KoenvMeulen | 203 andere besprekingen | Feb 25, 2024 |
Plant en psyche. Door Michael Pollan.

Stiekem is Pollan is een held voor mij; ik vind hem zo moedig. Na Verruim je geest is hij er weer met een boek over planten en hoe die een invloed kunnen hebben op ons. In dit geval (wederom) op onze geest. Hij doet niet enkel jarenlang diepgravend onderzoek hij test deze planten ook zelf; in dit geval opium (papaverthee), cafeïne (aangezien hij, zoals de meeste mensen, aan koffie verslaafd was kickte hij eerst af) en mescaline (Wachuma). Zelf drink ik geen koffie maar als u dat wel doet: lees dan zeker dit boek, u zal versteld staan van wat u ontdekt.

Naast een memoir verslag van zijn ervaringen heeft hij ook veel aandacht voor de geschiedenis en het ontstaan van het gebruik van deze middelen én de wetenschappelijke informatie (als die al bestaat). Hij schuwt de mindere kanten ook niet: uitbuiting, slavernij, culturele toe-eigening, verslaving,… Pollan is een soort van Louis Theroux: hij dompelt zich helemaal onder in zijn onderzoekswereld, kan geweldig goed mensen ontwapenen en interviewen én hij charmeert en boeit zijn kijkers; in dit geval lezers.

Plant en psyche is het resultaat van meer dan 25 jaar onderzoek, ik ben benieuwd wat deze schatkist aan informatie nog meer zal opleveren. Wat Michael Pollan schrijft is belangrijk, zet mensen en overheden aan het denken en kan misschien wel de wereld ten goede veranderen. Laten we het hopen.
… (meer)
 
Gemarkeerd
Els04 | 13 andere besprekingen | Jun 3, 2022 |
Verruim je geest. Wat psychedelica ons leren over bewustzijn, sterven, verslaving en depressie door Michael Pollan.

Een kloek boek van 472 pagina’s over een onderwerp waar ik geen kaas van gegeten heb, dat jaagt me best wel wat angst aan. Wat haalde me dan toch over de streep? Het onderwerp én de auteur. Ik wist na het lezen van Een pleidooi voor echt eten al dat Pollan een geweldige verteller is. Want dat doet hij: storytelling. Op die manier speelt hij het klaar om je bijna 500 pagina’s lang geboeid aan de bladzijden te lijmen.

Hoewel het werk heel wetenschappelijk (in zoverre dat mogelijk is met dit onderwerp) is aangepakt heb je nergens het gevoel dat je onderwezen wordt. Dat komt doordat Pollan op de één of andere manier rechtsreeks tegen zijn lezers praat. Ik weet niet hoe hij het doet maar hij schrijft op zijn eigen heldere manier zo boeiend en eerlijk over zijn zoektocht in de wereld van de psychedelica (zoals LSD, DMT en psilocybine). Hij maakt gebruik van meerdere invalshoeken: wetenschappelijke, de geschiedenis, biologie, memoires, casestuddies en eigen ervaringen. Want zoals het een goede onderzoeker in de jaren zestig betaamde moet je eerst zelf het middel proberen eer je de mensen er met kan gaan behandelen; of in het geval van dit boek: Pollan had nooit met zo veel overtuigingskracht kunnen schrijven als hij niet aan de lijve had ondervonden wat psychedelica teweeg kunnen brengen in een mens. Doordat hij eerst grondig onderzoek naar dit onderwerp deed en dan pas zelf ging testen volg je ook zijn ganse traject van nieuwsgierige, over twijfelaar, tot ‘fan’. Dit maakt zijn zoektocht boeiender en objectiever, en dat maakt dit boek tot een nog groter meesterwerk.

Hoewel dit een non-fictie boek is leest het als fictie, het zou zelfs verfilmd kunnen worden. De ‘personages’, gaande van pioniers tot onderzoekers heden ten dage, worden zo levendig in beeld gebracht dat ze ook van het scherm zouden spatten.
Pagina na pagina word je verder in het verhaal gezogen, kennis sijpelt in je poriën en je ‘geest wordt verruimd’.

Het boek is geen promopraatje voor het gebruiken van psychedelica maar ik kan me niet voorstellen dat er mensen zijn die dit boek dichtslaan zonder ook zo een levens veranderende ervaring te willen ondergaan. Jammer genoeg komt er nog tegenkanting van de farmaceutische en de psychiatrische wereld (angst om een centje minder te verdienen), toch hoop ik dat er snel een omslag komt en psychedelica een erkend medicijn mogen worden. Want zij hebben zo veel potentie in zich, niet enkel als medicijn an sich maar ook als wegwijzer in het onderzoek naar het ‘gewone brein’ (ze liggen bijvoorbeeld aan de basis van de ontwikkeling van antidepressiva).

Verruim je geest is een boek dat je meeneemt op een trip die je niet gauw zal vergeten. Een boek dat je blik opent en je geest verruimt (alle puns intended), dat wetenschappelijk onderzoek helder verwoordt en daarnaast grappig, vernieuwend, meeslepend en begeesterend is verdient de naam ‘boek van het jaar’ bij uitstek!

Kan de Arbeiderspers alvast een exemplaar bezorgen aan Maggie De Block?
… (meer)
 
Gemarkeerd
Els04 | 60 andere besprekingen | Nov 4, 2018 |
Ben niet direct een Pollan-fan, maar dit boek heeft me bezig gehouden en zal dat ook blijven doen. Een uitmuntend boek over de basistransformaties van eten. Een boek dat aanzet om ook daadwerkelijk te doen!
½
 
Gemarkeerd
sjjk | 51 andere besprekingen | May 7, 2015 |

Lijsten

Prijzen

Misschien vindt je deze ook leuk

Gerelateerde auteurs

Statistieken

Werken
34
Ook door
29
Leden
37,545
Populariteit
#484
Waardering
4.1
Besprekingen
1,022
ISBNs
298
Talen
19
Favoriet
108

Tabellen & Grafieken